Stromingen moderne en hedendaagse beeldende kunst
(startpunt 1940, in chronologische volgorde)
Abstract Expressionisme of New York School
Actionpainting
Colourfield painting
Cobra
Art informel, tachisme, abstraction lyrique
Geometrisch-abstracte kunst
Pop-art
Nouvelle tendance
Op-art
Kinetische en lichtkunst
Zero
Happening en fluxus
Minimal art
Post-painterly abstraction
Conceptuele kunst
Land art, earth art
Arte povera (arme kunst)
Body Art, performance art
Nieuwe figuratie
Fotorealisme, hyperrealisme
Fundamentele schilderkunst
Modernisme
Postmodernisme
Pattern & Decoration
Graffiti
Neo-expressionisme, nieuwe schilderkunst, Neue Wilden, Trans-avantgarde
Naïeve kunst
Art Brut, Outsider art
Fijnschilderkunst, realisme
Abstract Expressionisme of New York School
Abstract expressionisme is een schilderstroming die de schilderkunstige handeling van de kunstenaar als onderwerp heeft. Doel hiervan is het uitdrukken van emoties en onderbewuste driften. De stroming is eind jaren veertig van de vorige eeuw in Amerika ontstaan. Bekende verschijningsvormen van het abstract expressionisme zijn actionpainting en colourfield painting. Beide richtingen binnen het Abstract expressionisme houden zich in hun werk bezig met de grote levensvragen en erkennen daarbij buiten zichzelf geen enkele autoriteit. Zij willen kunst scheppen vanuit de diepst van hun wezen.
[terug naar begin]
Actionpainting
Actionpainting is een schilderstroming waarbij de schilder geconfronteerd wordt met het schilderij als de voornaamste werkelijkheid, die hij brutaal te lijf gaat. Vaak met heftige gebaren en zonder vooropgezet idee worden grote emotioneel geladen schilderijen gemaakt. Het schilderij is de arena waarin zij een heroïsche worsteling met de verf leveren als een metafoor voor het leven zelf. De kunstenaar probeert de actie van het maken op het doek over te brengen. Het kunstwerk staat voor een herinnering aan de handeling, de actie (het ritmisch drippen van verf "over all" op een groot doek). Bekende actionpainters zijn Jackson Pollock, Willem de Kooning en Franz Kline.
[terug naar begin]
Colourfield painting
Bij colourfield painting wordt er gewerkt met kleurvlakken of kleurvelden om een meditatieve stemming te wekken bij de kijker. De nadruk wordt gelegd op grote eenkleurige vlakken om op die wijze aan het fenomeen kleur een zo groot mogelijke uitdrukkingskracht te geven.
Vierkante of rechthoekige vlakken, in egale kleuren en onderling verschillend in hoogte of breedte, worden zodanig op doek gebracht, dat ze in eindeloosheid lijken te zweven en de indruk wekken niet te worden beperkt door de begrenzing van het doek.
Coulourfield painting is een veel bedachtzamer manier van werken met het gebruik van grote kleurvlakken, maar met een voor de makers net zo grote emotionele geladenheid als bij de actionpainters.
Bekende colourfield painters zijn Barnett Newman, Mark Rothko en Clyfford Still
[terug naar begin]
Cobra
Cobra is opgericht op 8 november 1948 te Parijs onder impuls van de Belgische schrijvers/kunstschilders Christian Dotremont en Joseph Noiret en was een nieuwe internationale vereniging van kunstschilders en literatoren.
De naam "Cobra" heeft betrekking op de drie hoofdsteden van de landen waaruit de oprichters (Asger Jorn, Pierre Alechinsky, Christian Dotremont, Karel Appel, Corneille, Constant, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp) vandaan kwamen: Copenhagen - Brussel – Amsterdam.
Cobra wil breken met alle voorgaande kunststromingen en de kleinburgerlijke waarden van de maatschappij. Centraal staan spontaniteit, fantasie en experiment. Er is oog voor de grote creatieve kracht die schuilt in kindertekeningen en volkskunst. In het werk duiken vaak kinderlijke aandoende, bontgekleurde vogels, fabeldieren, hemellichamen, mensen en fantasiewezens op. Het gaat om poëtisch-woeste voorstellingen die niet gemakkelijk te duiden zijn, waarin opgewektheid en oerdrift hand in hand lijken te gaan. In 1951 heft Cobra zichzelf op.
[terug naar begin]
Art informel, tachisme, abstraction lyrique
In 1950 bracht de Franse essayist Michel Tapié, op zijn expositie Véhémences confrontées, het begrip art informel naar voren, waarbij hij als informele schilderkunst een stijl omschreef die uitsluitend de schilderende daad vooropstelt en waarbij pas tijdens dat proces, al of niet spontaan, leesbare symbolen ontstaan. Schilders van deze stroming zijn onder andere Jean Bazaine, Roger Bissière, Alfred Manessier, Nicolas de Staël en Georges Mathieu. Ieder van hen schildert in een eigen handschrift abstracte vlekken in min of meer gelijkmatige patronen. Ook bij de tachisten (tache betekent vlek) speelt de intuïtie een belangrijke rol en ook zij willen moeilijk onder woorden te brengen, universele waarheden blootleggen over de menselijke ziel en het leven in het algemeen.
[terug naar begin]
Geometrisch-abstracte kunst
Abstracte kunst met geometrische vormen, meetkundige vormen, zoals een rechthoek, vierkant of driehoek. De kunstenaars willen een heldere (abstracte) vormentaal scheppen.
Deze kunst is een verlengde van de traditie van De Stijl en Bauhaus. Veel kunstenaars koesteren utopische idealen waarin gemeenschapszin en de mogelijkheid voor elk individu om zich volledig te ontplooien voorop staan.
[terug naar begin]
Pop-art
Pop-art, afgeleid van 'popular art', is een kunststroming die tegelijkertijd, maar los van elkaar, is ontstaan in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika in het midden van de jaren '50. Het kunstwerk van de Engelsman Richard Hamilton "Just What Is It That Makes Today's Homes So Different, So Appealing?" uit 1956 wordt algemeen beschouwd als het begin van de pop-art. Op die collage zijn alle elementen aanwezig waarvan de pop-art gebruik zal maken. De pop-art zette zich gedeeltelijk af tegen het Amerikaanse abstract expressionisme. Het hyperserieuze en -conceptuele karakter van deze kunststroming was de ideale voedingsbodem voor een reactionaire beweging als de pop-art. Pas vanaf 1961 krijgt pop-art duidelijk gestalte in het werk van Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Claes Oldenburg, James Rosenquist en Tom Wesselman. Geheel in de trant van de jaren '60 was de kunst doordrongen met politieke boodschappen. De thema's van de pop-art zijn ontleend aan stripverhalen, reclame, televisie, kranten en tijdschriften. Het is als het ware het in beeld brengen en de verheerlijking van de consumptiemaatschappij en van de alledaagse banaliteit, soep in blik, Elvis Presley, Mao, spaghetti, Coca Cola en andere supermarktproducten.
[terug naar begin]
Nouvelle tendance
In de jaren zestig werd op diverse manieren onder de overkoepelende term 'nouvelle tendance' de verzoening van kunst, technologie en natuur onderzocht. Dit ontstond als reactie op het abstract expressionisme. Ze maakten voor hen niet-emotionele kunst gebruik van elementaire beeldmiddelen, waarbij het persoonlijke handschrift van de kunstenaar zoveel mogelijk werd uitgeschakeld. De nadruk wordt gelegd op de waarneming door de beschouwer.
[terug naar begin]
Op-art
Op-art is een afkorting van optical art (optische kunst). Op-art berust onder andere op het ‘misleiden’ van het menselijk ook, waarbij door een subtiel spel van (geometrische) vormen en krachtige kleuren of sterke zwart-wit contrasten allerlei suggesties van beweging, verschuiving en ruimte ontstaan.
[terug naar begin]
Kinetische en lichtkunst
In deze stromingen staan respectievelijk beweging (bewegende elementen) en licht centraal.
[terug naar begin]
Zero
In 1958 werd door de kunstenaars Heinz Mack en Otto Piene in Düsseldorf de Duitse groep Zero opgericht. De benaming Zero moest herinneren aan het aftellen voor de lancering van een raket. Zero-kunstenaars werkten meestal monochroom, vaak met wit. Ze streefden naar een nieuwe harmonie in de verhouding tussen mens en natuur, en vermeden in hun kunst individuele sporen. De kenmerken van Zero zijn licht, beweging en monochrome schilderkunst. Om met licht en schaduw te spelen maken de kunstenaars vaak gebruik van spijkers, reliëf en geribbelde oppervlakten. Er is geen grens meer tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. Men streeft ook naar een symbiose tussen natuur, kunst en techniek, een immaterieel effect en ruimtelijke expansie. De Zero-groep viel in 1966 uiteen.
[terug naar begin]
Happening en fluxus
Beide stromingen lijken de grenzen tussen de kunst en dagelijks leven, tussen de verschillende kunstvormen onderling en tussen kunstenaar en publiek volledig te vervagen. De term happening is afkomstig van de Amerikaanse kunstenaar Allan Kaprow en is niet gemakkelijk te definiëren. Meestal is er sprake van een actie die één of meer kunstenaars ondernemen, waarbij aspecten van beeldende kunst, theater en muziek een rol spelen, maar die niet van te voren gerepeteerd is en die buiten het museum plaatsvindt, bijvoorbeeld op straat. Ook bij Fluxus worden meerdere kunstvormen samengebracht.
[terug naar begin]
Minimal art
Minimal art bedient zich van simpele, eventueel gevonden materialen. Belangrijk was om met zo eenvoudig mogelijke middelen een relatie aan te gaan met de omgeving. De spanning die zou ontstaan, door het creëren van een tegenstelling met de omgeving, was daarbij van belang. Meestal bestaat een werk uit meerdere identieke elementen die zo gelijkmatig gerangschikt worden dat geen element belangrijker wordt dan de ander. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de relatie tussen het werk als geheel, de omringende ruimte en de toeschouwer die om het beeld heen lopen. Deze kunstenaars zijn sterk theoretisch ingesteld. Het nadenken over hoe het kunstwerk is minstens zo belangrijk als het maakproces.
[terug naar begin]
Post-painterly abstraction
Abstracte schilderkunst die absoluut niet meer ‘schilderachtig’ is. Schilderijen met grote, scherp begrensde vlakken in vaak heldere kleuren.
[terug naar begin]
Conceptuele kunst
Conceptuele kunst (conceptual art) is een kunstvorm waarbij de ideevorming ofwel het concept, de omgeving (environment), de gebeurtenis (happenings) en of de uitvoering (performance) ingrediënten zijn. Het kan hierbij gaan om een streven de kunst te bevrijden uit haar traditionele bindingen, zodat kunst en leven een eenheid zouden gaan vormen en de barrières tussen de verschillende disciplines opgedoekt worden.
[terug naar begin]
Land art, earth art
Kunstwerken die in of met het landschap zijn gemaakt. De kunstenaars willen zich onttrekken aan het galerie- en museumsysteem door geen verhandelbare objecten meer te maken. Zij gaan op zoek naar nieuwe manieren om te werken met ruimte, materialen en ideeën.
[terug naar begin]
Arte povera (arme kunst)
Deze kunstenaarsstroming werkt met niet-traditionele en soms vergankelijke materialen.
Giovanni Anselmo gebruikt naast duurzame stoffen als metaal en antraciet ook bladeren, vlees, neonlicht en dia- of filmprojecties.
Joseph Beuys werkt onder andere met vilt, vet en koper.
Marinus Boezem laat met behulp van een ventilator een tafelkleedje opwaaien.
Veel kunstwerken lijken geen vastomschreven vorm of inhoud meer te hebben en zin vaak aan een specifieke plaats of tijd gebonden.
[terug naar begin]
Body Art, performance art
Werk waarin de kunstenaar zijn eigen lichaam als uitgangspunt of “materiaal” gebruikt.
Veel van deze werken hebben voor het publiek een confronterend karakter omdat de kunstenaars vrij ver kunnen gaan in de verkenning van hun eigen lichaam en geest.
Ben d’Armagnac zit opgesloten in een glazen kist die aan de binnenkant helemaal wit is geschilderd en waarvan hij de verf met een scheermesje weg krabt. Het publiek ziet hem, een bloedende wond en honderden vliegen om hem heen.
Ulay en Marina Abramovic zitten tegenover elkaar en slaan elkaar om beurten in het gezicht.
Deze werken bestaan slechts tijdelijk en kunnen alleen voortbestaan in de vorm van foto’s en video-opnamen.
[terug naar begin]
Nieuwe figuratie
Deze stroming in Nederland en België schilderen vaak in felle kleuren min of meer figuratieve voorstellingen. In de manier van schilderen wordt verwezen naar ander schilderstijlen en naar vragen over de relatie tussen afbeelding en werkelijkheid, kunst en kitsch en grote gedachten en triviale zaken.
Schilders van deze stroming zijn Reinier Lucassen, Alphons Freymuth, Pieter Holstein, Roger Raveel, Etienne Elias en Yvan Theys.
[terug naar begin]
Fotorealisme, hyperrealisme
In Amerika ontwikkelt zich het fotorealisme of hyperrealisme. Er wordt een foto of dia op gedetailleerd nageschilderd op zeer groot formaat. De kunstenaar specialiseert zich vaak in één bepaald motief.
De zeer grote portretten van Chuck Close in zwart-wit. De spiegelende etalageruiten van Richard Estes en de glimmende auto’s van Don Eddy. Ook enkele beeldhouwers volgen de stroming. John de Andrea maakt levensechte beelden van mooie naakte jonge mensen en Duane Hanson van sjofele types.
[terug naar begin]
Fundamentele schilderkunst
Vaak min of meer monochrome schilderijen die in series ontstaan. De tentoonstelling van fundamentele schilderkunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1975 laat een stroming zien van schilders die zich bezinnen hoe om te gaan met de elementaire middelen van de schilderkunst: kwast, verf en doek, kleur, lijn etc. Schilders binnen deze stroming zijn Robert Mangold, Robert Ryman en de Nederlander Rob van Koningsbruggen.
[terug naar begin]
Modernisme
De opvatting dat de kunst steeds vernieuwd moest worden, dat de nieuwe generatie nog een stapje verder moest gaan dan de vorige en er steeds nieuwe stromingen ontstonden.
Het realistisch schilderen en het streven naar schoonheid is taboe.
[terug naar begin]
Postmodernisme
De opvatting dat het niet meer nodig is om te experimenteren of volgens bepaalde stromingen te werken. De kunstenaar moet vrij zijn, dus ook vrij om bijvoorbeeld allerlei elementen van kunststijlen uit het verleden te gebruiken.
Er is aandacht voor het uiterlijke aspect, het decoratieve.
[terug naar begin]
Pattern & Decoration
Stroming ontstaan in het Californië in het begin van de jaren zeventig, die gebruik maakt van de bloemmotieven en geometrische patronen die op meubels en keramiek worden beschilderd. Het versieren van dingen is van alle culturen en tijden en is ten onrechte veronachtzaamd.
[terug naar begin]
Graffiti
Eind jaren zeventig ontstaan in de wijken de Bronx en Brooklyn in New York.
Begin jaren tachtig richten de galeries hun aandacht op deze “pieces” en worden ze op doek in plaats van op muren en treinstellen gespoten. Keith Haring en Jean Michel Basquiat zijn de enige graffiti-kunstenaars wier werk serieuze aandacht krijgt.
[terug naar begin]
Neo-expressionisme, nieuwe schilderkunst, Neue Wilden, Trans-avantgarde
In de jaren tachtig schrikt de kunstwereld op van een golf van figuratieve kunst die in diverse landen gelijktijdig ontstaat. Ze zijn in een wilde neo-expressionistische stijl geschilderd, min of meer figuratief en de persoonlijke emoties van de maker staan centraal. Het wordt niet precies duidelijk wat er met het kunstwerk wordt bedoeld.
Deze stroming heeft veel stof doen opwaaien, over de benamingen en over de waarde van deze schilderkunst.
In Italië heten ze Trans-avantgarde of de jonge Italianen, zoals Enzo Cucchi. In Duitsland noemt men ze de Neue Wilden, zoalsWalter Dahn en Georg Jiri Dokoupil.
In Nederland is René Daniëls de belangrijkste schilder van de deze stroming met werk waarin op speelse wijze wordt omgegaan met afbeeldingen en de schilderkunst zelf.
In Amerika spreekt men van New Image Painting of Bad Painting zoals bij de schilders Julian Schnabel en David Salle.
[terug naar begin]
Naïeve kunst
Dit is de benaming van werk van schilders die geen professionele kunstopleiding hebben en daar in hun schilderkunst ook blijk van geven. Vaal figuratieve, gedetailleerde voorstellingen in heldere kleuren, die qua perspectief, compositie, lichtinval en verhoudingen niet kloppen.
Deze stijl wordt zowel authentiek als gecultiveerd aangetroffen. Voorbeelden hiervan zijn Henri Rousseau le Douanier en in Amerika Grandma Moses.
[terug naar begin]
Art Brut, Outsider art
Tekeningen en schilderingen door mensen met een zeer persoonlijke, voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijke belevingswereld. Vaak geesteszieken of mensen die in afzondering leven en niet meer mee willen of kunnen doen met de maatschappij. Het is dus niet een bepaalde stijl, hoewel wel vaak de term horror vacui (angst voor de leegte) naar voren komt. Dit uit zich in het beschilderen van elk stukje van het papier.
De beroemdste kunstenaar van deze kunst is de Zwitser Adolf Wölffli, die in 1930 overleed.
[terug naar begin]
Fijnschilderkunst, realisme
Werk van kunstenaars die zeer hechten aan de ambachtelijke tradities van het vak. De voorstelling die wordt geschilderd is niet zozeer realistisch, maar meestal fantastisch, zoals bij Carel Willink die daarom ook wel magisch realist wordt genoemd.
Of zoals bij het werk van de Nederlander Johfra, wiens werk meta-realisme wordt genoemd. Dit is een uitbundige figuratieve stijl die uiting geeft aan het bovennatuurlijke en mystieke.
[terug naar begin]